Ik lieg veel. Wat kan ik daaraan doen?

Aan jezelf en anderen toegeven dat je vaak liegt, is helemaal niet zo gemakkelijk. Met liegen maak je het voor jezelf en voor anderen vaak heel lastig. Anderen vinden jou misschien niet meer geloofwaardig. En wat geloof je zelf nog van je eigen verhalen?

Het is wel knap dat jij het kan toegeven aan jezelf en dat je erbij durft stil te staan. Dat is al een eerste belangrijke stap.

Om het liegen aan te pakken, is het goed om eens na te denken over de vraag hoe het komt dat je vaak niet voor de waarheid kiest. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Zo zou het kunnen dat jij:

  • Onvoldoende zelfvertrouwen hebt waardoor je de waarheid niet durft te vertellen. Met een leugen schep je vaak een positiever beeld van jezelf en dat voelt beter.
  • Bang bent dat anderen je zullen vergeten. En dan lieg jij misschien wel om aandacht te vragen of door andere ‘gezien’ te worden. Jij denkt dan waarschijnlijk dat je die aandacht niet zou krijgen als je eerlijk zou zijn.
  • Misschien heb jij veel nood aan de goedkeuring van anderen. Je liegt dan misschien omdat je bij de anderen perfect wil overkomen.

Als je voor jezelf duidelijk hebt hoe het komt dat je vaak liegt dan kan je met die oorzaak aan de slag gaan. Zo kan je er werk van maken om je zelfvertrouwen te vergroten of je angst voor reactie of goedkeuring van anderen aan te pakken.

Het is goed dat je je probleem ook met anderen durft delen. Zoek een persoon in je omgeving die je durft vertrouwen en waarmee je hierover kan praten. Samen kunnen jullie misschien ook uitzoeken hoe je de oorzaak van het liegen het best kan aanpakken.